U bent hier

Loredana Marchi tipt ‘Het wonderlijke verhaal van de man die van India naar Zweden fietste voor de liefde’ van Per J. Anderson

Loredana Marchi is de huidige directeur van het integratiecentrum Foyer. Ze werkt al meer dan 30 jaar in de wijken van Sint-Jans-Molenbeek en de kanaalzone. Ze biedt minderheidsgroepen een platform zodat ze volwaardig kunnen deelnemen aan de maatschappij en kunnen samenleven met andere gemeenschappen in een steeds veranderende maatschappij. Diversiteit, inclusiviteit en culturele gemeenschappen zijn voor haar zo vanzelfsprekend als de lucht die ze inademt. Nochtans wees er aanvankelijk niets op dat zij deze weg zou inslaan.

Loredana Marchi (foto: Saskia Vanderstichele)

door Linda Bruyninckx en Chloë Vanneste

“Foyer had en heeft de ambitie om te werken met verschillenden projecten en met verschillende gemeenschappen in Brussel zodat Brussel een meer rechtvaardige, meer kleurige en meertalige stad wordt waar iedereen het recht op identiteit heeft met accent op het gemeenschappelijke, en een echte Brusselaar kan worden.”

Wat is jouw band met Brussel?
Ik ben geboren in Noord-Italië en volgde aan de universiteit van Triëste de opleiding Literatuur en Filosofie. Aan het einde van de jaren '70 ben ik beginnen werken voor Foyer, in Molenbeek. Daarvoor had ik twee jaar Italiaans aangeleerd aan Italiaanse jongeren in Luik. Ik heb altijd in Brussel gewoond. Ik hou enorm van deze stad, die soms ook aanvoelt als een dorp. Het is een boeiende, kosmopolitische stad waar ik voor het eerst geconfronteerd werd met diversiteit. Dat maakt de stad zo uniek voor mij!

Ik woon al jaren in Laken en vroeger stond ik al vlug in contact met de eerste generatie Italiaanse migranten, terwijl daar toen ook al Marokkanen aankwamen. Ik denk dat ik de mentale processen van inburgering kan begrijpen. Ik heb mensen ontmoet die al dan niet gelinkt zijn aan de tradities, mensen die een identiteit zoeken. Ik ging in Molenbeek werken, een gemeente die de laatste jaren sterk geëvolueerd is: verschillende culturele gemeenschappen, verenigingen en kunstenaars proberen er met elkaar samen te leven.

Brussel is een boeiende, kosmopolitische stad waar ik voor het eerst geconfronteerd werd met diversiteit.

In Molenbeek werd ik aangeworven door Foyer om te starten met een huis voor vrouwen, het huidige Dar Al Amal (DAA). Zij kwamen niet naar ons, dus ging ik op bezoek bij hen thuis. Tijdens het theedrinken maakte ik hen warm voor Dar Al Amal. Daar startten we in een emancipatieperspectief. Wij waren er ons van bewust dat de vrouw de motor is van verandering in onze maatschappij. Daarom wilden we een plaats waar vrouwen van elke origine, religie en taal de mogelijkheid hadden om een collectief en individueel emancipatoir project te hebben. Het fundament van Dar al Amal is de idee van de Braziliaanse pedagoog Paolo Freire waarbij ‘elke persoon op hetzelfde moment leraar en leerling is’. Ik heb mooie herinneringen aan het werk in DAA. Een voorbeeld uit de jaren '80 is een project waar Berbervrouwen Brussels-Nederlandse vrouwen leerden weven met schapenwol. Het was zo mooi dat de Brussels-Nederlandse vrouwen vol bewondering waren over de kennis en de techniek van de Berbervrouwen. Een ander mooi project van DAA is de documentaire gemaakt met Hadja Lahbib: ‘Patience, patience tu iras au Paradis’, waarin ook Arno heeft geacteerd met onze vrouwen.

Na 10 jaar werd ik directeur van het geheel van de Foyer. De organisatie evolueert mee met de maatschappij en zo ontstaan steeds nieuwe projecten. Het was voor ons belangrijk om Europese kinderen de mogelijkheid te bieden om goed meertalig te worden. Eigenlijk is Foyer met de promotie van meertaligheid in Brussel begonnen. Foyer had en heeft de ambitie om te werken met verschillenden projecten en met verschillende gemeenschappen in Brussel zodat Brussel een meer rechtvaardige, meer kleurige en meertalige stad wordt waar iedereen het recht op identiteit heeft met accent op het gemeenschappelijke, en een echte Brusselaar kan worden. Het laatste project van Foyer is het Migratiemuseum (MMM). In 2022 haalt het MMM trouwens het Europees erfgoedlabel binnen, wat in juni officieel zal worden. Daar zijn we uitermate fier op!

Waarom koos je voor ‘Het wonderlijke verhaal van de man die van India naar Zweden fietste voor de liefde’ van Per J. Anderson?
Ik lees geen bestsellers maar eerder boeken die verband houden met mijn werk, over diversiteit, Brussel en bepaalde romans. Als ik lees, doe ik dit het liefst in het Italiaans, Frans of Nederlands. Romans lees ik vooral als ik op vakantie ben in Italië. Elk jaar geeft mijn zus me dan een lijst van een tiental boeken die ik absoluut moet lezen!

Dit boek werd me geschonken door het hoofdpersonage zelf. Het Indisch-Zweedse koppel kwam op bezoek in het Migratiemuseum. Dat op zich is al een wonder. Het waargebeurde verhaal wordt ook op zo’n prachtige manier verteld. Het is een dromerige zoektocht naar de vrouw van zijn leven, maar tegelijkertijd een realistisch relaas over het Indische kastensysteem.

Hoe ziet jouw ideale vakantiedag in Brussel eruit?
De dag start met veel zon, een ontbijt en dan een wandeling door de parken van Tour & Taxis langs het kanaal. Dat geeft echt een heel goed gevoel. Daarna wandel ik het kanaal over en stap ik nog eens goed door. En dan stop ik bij Glacier Bargello voor de beste ijsjes van Brussel!

Het wonderlijke verhaal van de man die van India naar Zweden fietste voor de liefde • Per J. Anderson
‘New Delhi-Borås’, Vert. Danielle Stensen
Boekerij, 2019, 285 p.

Dit is het waargebeurde liefdesverhaal van PK, die op een tweedehands damesfiets een avontuurlijke reis maakte van meer dan 11.000 kilometer die hem door verschillende continenten voerde voor de vrouw van zijn dromen. PK en Lotta zijn nog steeds gelukkig getrouwd en trots dat hun liefdesverhaal zoveel mensen aanspreekt.

> Zoek dit boek in de bibliotheekcatalogus

Dit interview is deel van 1 Stad, 19 Boeken (2022) – een project van de Brusselse bibliotheken en Muntpunt