U bent hier

Bas van den Hout tipt ‘Kindertijd’ van Tove Ditlevsen

“Een van de eerste dingen die mijn ‘artistieke vader’ tegen mij zei, was: ‘Je moet veel lezen!’ En dan ben ik maar veel beginnen te lezen. Ik ben hem daar ontzettend dankbaar voor. Het heeft mij echt geholpen met hoe je dingen kan verwoorden. Daarom plak ik altijd plakkertjes in mijn boeken, om terug te kunnen grijpen op woorden van andere mensen die ik in het verleden heb gelezen.”

Illustratie van Levi Jacobs voor 1 Stad, 19 Boeken (2021) © Muntpunt
Naam Bas van den Hout
Beroep / functie
(wat doe je in het dagelijkse leven?)
Kunstenaar
Gemeente Schaarbeek
Nationaliteit Nederlands
Leeftijd 32
Favoriete leesplekje in Brussel Naast een raam met een vergezicht
Favoriete drankje bij het lezen Koffie

 

“Je doet iets, je geeft het aan de wereld, en dan wordt het iets universeels.”
~ “Ja, dat is iets heel speciaals: iets doorgeven voorbij tijd en ruimte.”

Tussen de boekenrijke muren van de bibliotheek van Sint-Gillis ontmoet Erien Withouck (EW), publieksmedewerker aldaar, de twee leesambassadeurs Bas van den Hout (BvdH) en Tarik ‘Abu Ruman (Father of the Pomegranate) ’ Haru (TH). Beiden houden van kunst en schrijven. Samen reflecteren ze over woorden: schrijven als kunst, schrijven over kunst, en het maken van kunst over geschreven woorden.

Tarik is geboren in Willebroek, maar woont al sinds 2014 in Brussel. Momenteel heeft hij een pauze genomen van zijn professionele carrière om gezinswetenschappen te studeren aan hogeschool Odisee. Daarnaast onderzoekt hij taal als tool, om jezelf en de buitenwereld te leren kennen.

Bas is oorspronkelijk van Nederland, maar trok in 2017 naar Brussel om zijn master Vrije Kunsten aan LUCA School of Arts te behalen. Hij is al een tijdje afgestudeerd, maar is blijven plakken in Brussel, waar hij als beeldend kunstenaar de Brusselse kunstscene kaapt vanuit zijn atelier op de Anspachlaan.

BvdH: Ik voel me hier gewoon op mijn plek. Het is een interessante stad. In tegenstelling tot Nederland, waar alles vrij georganiseerd is, heeft Brussel iets chaotisch. Je loopt constant tegen ‘kartelrandjes’ aan, en dat vind ik mooi. Het voelt op een gewone dag soms alsof je in het buitenland loopt, je kan gewoon anoniem zijn.

TH: Ik ben in Vlaanderen geboren, maar mijn hele familie woont in Brussel. Ik kan volledig volgen: we kunnen ons hier echt anoniem voelen. Het is een beetje village, maar ook city. Het heeft de voordelen van beide: klein en groot.

BvdH: Ja, ik dacht in het begin dat Brussel een metropool was, maar als je er dan eenmaal woont, dan kom je erachter dat het helemaal niet zo gigantisch is. Het is heel gek opgebouwd. Soms kom je ergens een hoek om, en dan denk je: “Ha! Hier zijn we weer!”

TH: Hoe voelt het voor jou om als Nederlandstalige in Brussel te wonen?

BvdH: Ik begeef me vooral in de kunstwereld. Ik heb een studio in centrum Brussel: ‘Level 5’. Daar zitten echt mensen van over de hele wereld. Dus ik red me vooral met Engels – mijn Frans is petit peu.

TH: Wat voor kunst maak je daar?

BvdH: Beeldende kunst. Ik werk met verschillende media: sculpturen of bestaande objecten, maar ook 2D. Het is soms moeilijk om de juiste woorden te vinden om het te beschrijven omdat mijn werk vrij divers is in de uitwerking.

EW: Dat klopt, maar thematisch heeft het wel veel samenhang. Het gaat vaak over herinneringen en teruggrijpen naar de dingen die je vroeger kende als kind of als jongvolwassene. Daarom vind ik het ook interessant dat je Kindertijd koos als boek.

BvdH: Ja, ik werk vaak rond het gegeven van herinneringen. Ik vind het altijd interessant hoe je eigen geschiedenis ook je identiteit deels bepaalt. Maar ook hoe je die kan herschrijven. Kindertijd leunt daar inderdaad op aan.

Het is deel van een autobiografische trilogie geschreven in de jaren ‘30 door Tove Ditlevsen, als eerste in de reeks voor Jeugd en Afhankelijkheid. In dit boek beschrijft ze haar kindertijd alsof ze een kind is. De kinderstem komt echt heel overtuigend over. Ik heb een kleine quote gemarkeerd – ik plak altijd plakkertjes in mijn boeken als ik iets vind:

“Dat is het ergste van volwassenen, vind ik. Ze zullen nooit toegeven dat ze zich ook maar één keer in hun leven lichtzinnig of fout hebben gedragen. Ze staan heel snel klaar met een oordeel over anderen, maar ze houden zichzelf nooit een spiegel voor.”

De terloopsheid vind ik echt interessant. Als kind dacht ik altijd dat volwassenheid een soort stadium is dat je bereikt. Maar naarmate ik ouder werd, merkte ik dat volwassenen zich vaak net heel kinderlijk of kinderachtig gedragen. En dan besefte ik dat er helemaal geen eindpunt is, of een stadium waar je nooit zal geraken. Dat vind ik het mooiste aan boeken. Dat iemand ineens iets kan beschrijven dat al fragmentarisch in je hoofd zat, maar hoe de juiste woorden van die losse fragmenten een geheel kunnen maken. Een soort intens gevoel van herkenning.

EW: Hoe beïnvloedt literatuur jouw artistieke werk? Kan je bijvoorbeeld wat meer vertellen over je werk I feel certain that I am going mad again (2017)?

BvdH: Ik heb ooit eens een boek gelezen dat ging over gekte in de literatuur. Tove Ditlevsen schreef haar trilogie toen ze onder mentaal toezicht stond. Virginia Woolf heeft ook heel haar leven lang gekampt met depressies. Toen ik haar afscheidsbrief las, was ik enorm aangegrepen. Ik was meteen ontroerd over hoe iemand zo veel liefde kan beschrijven, maar er dan toch nog een einde aan maakt. Ik heb daar uiteindelijk een werk over gemaakt. Het werk ziet er relatief eenvoudig uit, maar het heeft echt wel een jaar gekost om haar woorden te vertalen naar beeld. Uiteindelijk kwam ik uit op een doorzichtige regenjas met stenen in haar zakken langs beide kanten.

Het werk zelf is geïnspireerd door Virginia Woolf, maar uiteindelijk begint het dan ook zijn eigen leven te leiden, door de ogen van andere mensen. Het wordt dan iets dat buiten jezelf staat. Je doet iets, en je geeft het aan de wereld, en dan wordt het iets universeels. Dat is wat een goed werk moet doen, zowel kunst als literatuur.

EW: Tarik, wat vond jij van Tropismen?

TH: Het was vooral de titel die mij aantrok, maar het is echt een ervaring geweest om het te lezen. Ik heb het verschillende keren gelezen: eerst in het Nederlands, maar daar miste ik iets, dus las ik het nog eens in zijn oorspronkelijk Frans. Het boek zelf is uitdagend, maar na een paar keer begon ik echt in het ritme te komen. Het leest als een soort ritmische ervaring, een soort dans. Er is geen verhaallijn, geen rode draad. Het boek bestaat uit vierentwintig korte verhaaltjes die heel willekeurige momenten of een bepaald gevoel beschrijven. Het is geschreven door Nathalie Sarraute, en had een vrij nieuwe literaire stijl toen het uitkwam, vrij experimenteel. Het werd omschreven als een ‘nouveau roman’. Dit was de eerste keer dat ik van deze schrijfster hoorde.

Het is geschreven in de jaren ‘30, en werd niet goed ontvangen toen het voor het eerst verscheen. Ik las dat dit bij Ditlevsen ook zo was.

BvdH: Ja, haar boek is ook pas later ontdekt. Als vrouw in die tijd was het moeilijk. Nu nog steeds, een vrouw moet twee keer zo hard werken om iets te bereiken.

EW: Zijn er bepaalde boeken die voor jullie heel belangrijk zijn geweest? Of boeken die je zeker zou aanraden?

TH: Ik heb niet meteen een specifiek boek in gedachten. Maar ik herinner mij wel het eerste boek dat ik ooit heb gekocht: The Picture of Dorian Gray van Oscar Wilde. Ik begreep er toen niet echt veel van, maar dit boek was voor mij wel een openbaring, over wat je allemaal kan doen met taal. Het vormde een aanzet tot meer lezen en heeft mij gemotiveerd om te beginnen schrijven. Ik voelde gewoon dat dit boek iets had dat voorbij tijd en ruimte ging. En dat is iets heel speciaals, om dat te kunnen doen als mens: iets doorgeven voorbij tijd en ruimte.

Sindsdien heb ik een ‘on-and-off’ relatie met boeken. Ik koop boeken en dan heb ik momenten waarop ik lees, en momenten waar ik minder lees. Maar als er momenten zijn waarbij ik onmiddellijk dit soort magie ervaar, dan is dat een heel unieke en speciale ervaring. Ik vind het ook bijzonder hoe je door woorden een inzicht krijgt op hoe mensen denken en leven op andere plaatsen en in andere tijden.

Ik schrijf ook. Het is begonnen als een hobby. Ik documenteer mijn innerlijke processen in een soort dagboekvorm. Ik verstop me graag in kleine verhaaltjes. Als ik die dan achteraf teruglees, dan kan ik mijzelf bekijken door een verhaal. Op deze manier kan ik beter plaatsen wat er bewust of onbewust met mij gebeurt, en hoe ik dingen ervaar. Intussen heb ik al een hele collectie verhalen bij elkaar geschreven.

BvdH: Als je mij vraagt: welk boek heeft je leven veranderd, dan is het toch wel Op aarde schitteren we even van Ocean Vuong. Ik ben best een moeizame lezer, maar ik wil altijd per se boeken lezen, en dan voel ik een soort voldoening als ze uit zijn. Dit was een van de weinige boeken waar ik echt zoiets had van: ‘Shit, hij is uit! Ik wil meer!’.

TH: Ja, ik heb ook een heel sterk gevoel bij sommige boeken. Als ik die vastpak, leven ze precies. Het voelt dan heel speciaal om die eerste pagina’s te lezen, bijna iets ceremonieels. Je bewustzijn is dan anders, lezen wordt geestverruimend. Door het lezen ervaar je een ontmoeting met jezelf via de persoon die het boek heeft geschreven. Dat gebeurt niet vaak, maar als het gebeurt, dan is dat wel heel speciaal.

EW: Lees je ook veel voor aan je kinderen?

TH: Ja, met onze eerste zoon zijn we onmiddellijk beginnen te lezen. Ik vind kinderboeken geweldig. Het is echt een hele ontdekking geweest. Want als volwassene ga je niet meteen voor jezelf een kinderboek lezen. Soms is het zelfs meer een plezier voor mij. Als hij bijvoorbeeld geen verhaaltje heeft verdiend omdat hij niet flink is geweest, dan denk ik op het einde van de dag toch nog van: ‘Allé kom, we lezen toch iets voor.’

BvdH: Dan maar voor papa zelf!

EW: Tarik, misschien kan je ons een beetje meer vertellen over je project POZEE?

TH: Ja, graag. Ik ben in België geboren, maar ik ben van Marokkaanse origine. Ik weet niet of het daardoor komt, maar ik heb altijd het gevoel gehad dat ik een taalachterstand heb. Daardoor ben ik pas laat beginnen te lezen. Mijn ideeën voor dit project zijn begonnen door een soort relatie op te bouwen met woorden. Ik word op een abnormale manier aangetrokken tot bepaalde woorden. De klank, hoe ze van betekenis veranderen tussen andere woorden… Om dat te verkennen ben ik poëzie beginnen te schrijven. Poëzie… misschien zijn het eerder zinnen die rijmen, zonder dat ze enige betekenis hebben.

Er zijn veel impressies die van de buitenwereld naar binnen komen. Als kind was dat voor mij soms te veel. Woorden hebben mij geholpen om een brug te bouwen tussen het binnen en het buiten. Zo ben ik bijvoorbeeld aangetrokken tot een bepaald woord, maar naar de buitenwereld heeft dat misschien een geheel andere betekenis dan hoe ik het woord persoonlijk ervaar. Daarom hou ik van archetypische beschrijvingen, een soort versimpeling van iets heel complex om dingen beter te begrijpen. Je leert dan veel doen met beperkte woorden. In mijn schrijfprocessen leerde ik zowel de betekenis van het woord in mezelf als naar de buitenwereld kennen.

Ik had het idee om dit methodisch uit te werken voor andere jongeren die met dezelfde soort problemen zitten. Het kan hun liefde voor taal aanwakkeren en een brug bouwen om tot zichzelf te komen.

BvdH: Als kind las ik nooit, en soms kende ik bepaalde moeilijke woorden niet. De rest van mijn familie was hoogopgeleid, en ik voelde mij als rebels kindje soms heel dom als ik niet op een bepaald woord kon komen.

TH: Ik snap wat je bedoelt, zo van: ‘Ah, ge kent da woord nie ofwa?

BvdH: Ja, dan kan je je heel stom voelen.

Als je voorleest voor je zoontje, is dat misschien ook vanuit een persoonlijke onzekerheid? Dat je dit meer wil stimuleren bij hem?

TH: Ja, sowieso. Mensen vragen mij bijvoorbeeld vaak waarom ik geen Arabisch spreek met mijn kinderen. Ik wil dat ze zich eerst een taal volledig eigen maken, omdat ik dat zelf net gemist heb. Ik moest met verschillende talen mijn plan trekken. Ik ben getrouwd met een Belgische, mijn kinderen hebben het Nederlands als moedertaal. Ik spreek ook Nederlands met hen. Thuis en in de crèche kregen ze dat mee als basis. We kozen voor een Franstalige school, met immersieonderwijs. Zo leren ze ook goed Frans. Mijn zoon is zelf ook niet echt nieuwsgierig naar Arabisch. Misschien is dat bij mijn dochter later anders, dan zal ik het haar eerder aanleren. Maar ik merk dat de woordenschat van mijn zoon op vijfjarige leeftijd is wat ik had op twaalfjarige leeftijd, dat geeft mij een heel trots gevoel.

BvdH: Ja, daarom is het gewoon belangrijk om te lezen. Ik heb een grootnonkel die schilder is. Ik heb die opgezocht op het moment dat ik kunst ben gaan studeren op 26-jarige leeftijd. Hij is voor mij een soort ‘artistieke vader’. Maar een van de eerste dingen die hij tegen mij zei was: ‘Je moet veel lezen!’ En dan ben ik maar veel beginnen te lezen. Ik ben hem daar ontzettend dankbaar voor. Het heeft mij echt geholpen met hoe je dingen kan verwoorden. Daarom plak ik altijd plakkertjes in mijn boeken, om terug te kunnen grijpen op woorden van andere mensen die ik in het verleden heb gelezen.

Tekst: Erien Withouck

Kindertijd / Tove Ditlevsen
Barndom / Vertaling Lammie Post-Oostenbrink
Das Mag Uitgeverij, 2020
143 pagina's

> Zoek dit boek in de bibliotheekcatalogus

Dit interview is deel van 1 Stad, 19 Boeken (2021) – een project van de Brusselse bibliotheken en Muntpunt.

Ook interessant voor jou
Boeken
21 september, 14:00

Een geweldig boek, een boeiende discussie en het aroma van verse koffie. Dat is het recept van Leeslamp.