U bent hier

Willem Bongers-Dek tipt ‘Wees onzichtbaar’ van Murat Işık

“Opnieuw werd de klem strakker aangetrokken. Ik werd nog steeds langzaam de diepte ingetrokken.”

Voornaam en naam Willem Bongers-Dek
Beroep / functie / organisatie
(Wat doe je in het dagelijkse leven?)
Adjunct-directeur Vlaams-Nederlands Huis deBuren en voorzitter Overleg Literaire Organisatoren (OLO)
Gemeente Ik woon in Antwerpen en werk vanuit Brussel in de hele Lage Landen
Nationaliteit Nederlands
Leeftijd 34
   
Favoriete leesplekje in Brussel
(Bibliotheek, boekhandel, café, park…)
Bovenop WIELS, met uitzicht over de hele stad.
Favoriete drankje bij het lezen
(Cocktail/mocktail, koffie, water, thee…)
Een oude kriek van Oud Beersel

Wat spreekt je aan in het boek?
‘Wees onzichtbaar’ van Murat Işık is een grootse kroniek, geschreven in secuur en overtuigend proza. In de roman volg je hoofdpersoon Metin op de voet gedurende zijn moeilijke jeugd in de Bijlmer. Thuis wacht hem een vader die in woord communist is en in zijn daden vooral onverantwoordelijk en onvoorspelbaar. Op school spelen alledaags en institutioneel racisme een kwalijke rol, in zijn privéleven voel je de beklemming van een jongen die telkens tegen de grenzen van een dominante vader en een wantrouwig schoolsysteem aanloopt.

Welke zin is je het meest bijgebleven? Waarom?
Metin wordt door de hele klas uitgescholden voor schoonmaker. Tot overmaat van ramp besluit de schoolleiding hem een extra toets te laten maken en zelfs wanneer hij die goed maakt, sturen ze hem naar bijles. In deze context lees je volgende zinnen: ‘Opnieuw werd de klem strakker aangetrokken. Ik werd nog steeds langzaam de diepte ingetrokken.’ Als lezer leef je zo mee met Metin, dat je de beklemming voelt.

Waar moet een goed boek aan beantwoorden voor jou? En vind je dat in dit boek?
Deze roman biedt waar ik erg van houd in literatuur: door het particuliere zo precies te beschrijven, krijg je ook zicht op grotere maatschappelijke en historische omstandigheden die je helpen het recente verleden en het heden beter te begrijpen. Je krijgt een veelomvattend beeld van het leven in de Bijlmer in de jaren 80 en 90.

Zonder daar al te sterk de nadruk op te leggen, leer je zo wat superdiversiteit vandaag betekent. Het is duidelijk en dat we elkaar in de dagelijkse omgang beter open vragen kunnen stellen dan zelf gesloten antwoorden te verzinnen.

Wat is deBuren? En wat is jouw functie daar?
Ik ben adjunct-directeur en programmaleider bij Vlaams-Nederlands Huis deBuren, dat de samenwerking tussen Vlaanderen en Nederland wil stimuleren. Ons aangenaam koppig team organiseert daartoe zo’n 150 publieksmomenten per jaar. Daarnaast ben ik ook verantwoordelijk voor het internationale residentieproject www.citybooks.eu en begeleid ik met een collega de 18 jonge schrijftalenten die we jaarlijks meenemen naar Parijs.

Wat is jouw band met Brussel? Hoe ben je er terechtgekomen?
Ik begon in 2009 in Brussel bij deBuren. Toen woonden we nog in hetzelfde pand als de voorloper van Muntpunt. Intussen hebben we ons eigen huis, amper een paar 100 meter verder. En kijk: 10 jaar later ben ik hier nog steeds.

Wil je nog iets toevoegen?
Ik wil hier graag nog een kleine obsessie bekennen. Ik zoek in boeken altijd naar referenties aan Willem Elsschot, mijn favoriete auteur aller tijden. ‘Wees onzichtbaar’ slaagt voor de Elsschottest: op pagina 522 lezen we dat Metin Elsschot bewondert ‘om zijn heldere taal’. Op mijn beurt las ik Işık graag om zijn heldere woordgebruik!

Dit artikel is deel van 1 Stad, 19 Boeken – een project van de Brusselse bibliotheken en Muntpunt.